Blijven, ook als alles in jou wil vluchten.
- Sarah de Winter
- 27 sep
- 4 minuten om te lezen
De (on)mogelijke kunst van co-regulatie
Er zijn van die termen die prachtig klinken in een boek of tijdens een lezing. Co-regulatie is er zo één.
In theorie is het simpel: jouw kalme zenuwstelsel helpt dat van je kind om tot rust te komen. Jouw ademhaling, houding, aanwezigheid en energie vormen de veilige basis waarop je kind kan landen.
In de praktijk is het vaak een ander verhaal. Want co-reguleren betekent ook :
Blijven als alles in jou weg wil.
Rustig ademen terwijl je kind in een storm verandert.
Niet in paniek raken als de driftbui de intensiteit heeft van een krijsende peuter op de supermarktvloer — maar dan in het lijf van een tiener.
En vooral: niet geloven dat dit over jou gaat, ook al roept elk celletje in je lichaam dat het wél zo is (zoals het toen en daar misschien ook was).
De kracht van ademhaling en hartcoherentie
Onze ademhaling is de directe brug tussen lichaam en zenuwstelsel. Langzaam en diep ademen vertelt het lichaam: Je bent veilig. En precies dat gevoel van veiligheid is je kind op dat moment kwijt.
Stephen Porges beschrijft in zijn polyvagaaltheorie hoe zenuwstelsels zich voortdurend op elkaar afstemmen. Een kalm zenuwstelsel nodigt een ontregeld zenuwstelsel uit om terug te keren naar rust. Hartcoherentie — een staat waarin ademhaling en hartslag in balans zijn — versterkt dit effect. Onderzoek van het HeartMath Institute laat zien dat het elektromagnetisch veld van ons hart invloed heeft op de mensen om ons heen. Wanneer wij vanuit rust en compassie ademen, verandert letterlijk de energie in de ruimte.
Een meltdown: De rauwe realiteit in ons gezin
Laatst had onze zoon weer een meltdown. Wie het niet kent, denkt misschien dat het een gewone boze bui is. Wie het wél kent, weet hoe allesoverheersend zo’n storm kan zijn. Alsof de peuterwoede van vroeger is gebleven, maar dan in een groter lijf, met meer woorden, meer kracht, meer impact.
Soms voelt het alsof de wereld ontploft — en jij staat er middenin.
Vroeger veroordeelde ik mezelf genadeloos als ik signalen had gemist:
Hoe kon ik dit niet zien?
Waarom greep ik niet eerder in?
Wat ben ik voor moeder?!
Nu ben ik milder voor mezelf. Ik ben een mens. Ik zie niet alles. Ik kan niet alles voorkomen.
Het gaat niet om het vermijden van de meltdown,
maar om mijn aanwezigheid tijdens de emotie.
Toch blijft het zwaar. De spanning loopt op, deuren slaan dicht en soms wordt hij fysiek. Hij duwt me weg en schreeuwt dat ik weg moet gaan. Juist dán aanwezig blijven, is een uitdaging.
Alles in mij wordt getriggerd: mijn hartslag schiet omhoog, mijn adem stokt. Verdriet, boosheid, machteloosheid — ze volgen elkaar razendsnel op. Als hij me duwt, wil ik terugduwen. Als hij schreeuwt, wil ik wegrennen.
Mijn zenuwstelsel schreeuwt: Doe iets! Verdedig jezelf! Vecht! Vlucht!
En hier komt het cruciale moment: herkenning. Zodra ik opmerk wat er in mij gebeurt, heb ik een keuze.
Ik adem diep uit. Nog eens. En nog eens. Dan ga ik rustig zitten, in de buurt — niet te dichtbij, niet te ver weg. Ik herinner mezelf eraan: Het gaat niet over mij van nu. Het raakt de pijn van toen. Maar hier, nu, heeft mijn zoon een veilige moeder nodig die blijft.
Ik adem bewust. Rustig. Diep. In gedachten adem ik richting mijn hart: Ik adem liefde in en liefde uit. Misschien klinkt dat zweverig, maar het verandert écht iets — in mij, in de energie van de ruimte, in onze verbinding.
Ik stel me voor dat er een veld van rust om me heen groeit. Een soort bubbel die groter en groter wordt. En geloof het of niet: dan zie ik zijn ademhaling vertragen. Zijn lijf ontspant. Hij voelt dat ik blijf. Ook hij komt weer terug, hij kalmeert.
En dát is co-regulatie: niet de emotie oplossen of wegnemen, maar erbij blijven.
Een anker zijn als zijn binnenwereld in brand staat.
Vroeger kon ik zelf in huilen uitbarsten. Ik voelde me een waardeloze moeder.
Ik liep weg als hij me wegduwde. En ik probeerde de emotie weg te nemen — omdat ik hem niet verdroeg. Omdat de hevigheid ervan me compleet overspoelde.
Nu kies ik anders. Ik wil niet reageren vanuit mijn gekwetste kind-deel, maar aanwezig zijn als volwassene. En ook dit klinkt wellicht gemakkelijk maar het was, is en blijft een heel proces.
De theorie is eenvoudig. De praktijk niet.
“Blijf rustig.”
“Neem het niet persoonlijk.”
“Het gaat niet over jou.”
Het zijn zinnen die makkelijk klinken op papier.
Maar wanneer de storm losbreekt en oude wonden meedansen op het ritme van je kind, vraagt co-regulatie om moed. Om oefenen. Om vallen en opstaan.
De theorie zegt: co-regulatie helpt het zenuwstelsel van je kind om weer in balans te komen en dat klopt. Maar in de praktijk is het geen trucje dat je even toepast. Het is een innerlijk proces. Het vraagt dat jij je eigen triggers leert kennen. Dat je kunt voelen en herkennen in welke staat je zelf bent. Dat je bereid bent naar de stukken in jezelf te kijken die nog heling nodig hebben. Want pas als jij jezelf kunt dragen, kun je ook de storm van een ander dragen.
Terwijl je kind overspoeld wordt, word jij dat vaak óók.
Dan vraagt het ongelofelijk veel bewustzijn, oefening en zachtheid om niet meegezogen te worden, maar te blijven staan.
Elke meltdown is een oefenmoment — niet om perfect te reageren, maar om telkens een beetje meer te kunnen blijven.
Want het gaat niet om perfectie. Het gaat om aanwezigheid.
Reflectie-oefening
Sta eens stil bij een moment waarop het je níet lukte om rustig te blijven bij de emotie van je kind:
Wat gebeurde er in jouw lichaam?
Welke gedachten kwamen er op?
Hoe reageerde je — en waarom op die manier?
Wat had je nodig gehad om te kunnen blijven?
Vriendelijke uitnodiging
Herken je jezelf in dit verhaal? Of merk je dat co-regulatie je uitdaagt op plekken waar het diep vanbinnen nog pijn doet? Je hoeft en kunt dit niet alleen doen. Deel gerust wat je herkent — of neem contact op als je voelt dat je hierin samen wilt onderzoeken hoe jij kunt blijven, ook als alles in jou wil vluchten.




Opmerkingen