Afscheid nemen… maar waarvan eigenlijk?
- Sarah de Winter
- 2 nov
- 4 minuten om te lezen

Soms lijkt afscheid nemen iets voor later. Voor als het écht moet. Bij een uitvaart, bij het sluiten van een deur waarvan we weten dat hij niet meer open zal gaan.
Maar wat als afscheid nemen niet alleen hoort bij de dood — maar bij het leven zelf?
Wat als juist dáár de meeste mensen vastlopen, zonder dat ze het doorhebben?
Wat als je denkt dat er niets verloren is?
Voor veel moeders begint het daar: bij het idee dat er eigenlijk niets verloren is. Ze hebben immers een kind, een huis, een leven dat doorgaat. Er is niemand overleden, dus wat valt er dan te rouwen? Over welk verlies moeten ze dan praten? Ze zeggen tegen zichzelf: ik heb niks te klagen. Anderen hebben het erger. En dus slikken ze hun verlies in en zetten ze door, met een glimlach, een lijstje en een vol hoofd. Zonder dat iemand het ziet.
Maar verlies is niet altijd zichtbaar. Soms verlies je niet een persoon, maar het beeld van hoe het leven zou zijn. De moeder die je hoopte te kunnen zijn. De rust, de vanzelfsprekendheid, het idee van een toekomst die vanzelf vorm zou krijgen.
Afscheid nemen van dat alles kan ondankbaar voelen — maar het is nodig. Want zolang je het niet erkent, blijft het ergens in je lichaam knagen. Dan raak je gevangen tussen dankbaarheid en verdriet, zonder dat één van beide echt gevoeld mag worden.
“Verlies gaat niet alleen over wat er níet meer is, maar ook over wat er anders werd dan je hoopte.”
De binnenbocht van de levenscirkel
In elke levensfase beweeg je door een natuurlijke cyclus — een cirkel van welkom, hechten, verbinden, verliezen/afscheid nemen, rouwen en opnieuw betekenis geven waarna je opnieuw welkom kunt heten. Wanneer die stroom op gang blijft, voel je veerkracht en verbinding. Maar zodra we het verlies ontwijken, slaan we die natuurlijke boog over.
Je vertelt jezelf:
Vastklampen aan wat je niet wilt laten gaan of afscheid vermijden | “Ik moet gewoon sterk blijven.” “Het is wat het is.” “Als ik toegeef dat ik het zwaar heb, laat ik anderen in de steek.” “Ik kan dit niet loslaten, dan verlies ik alles.” |
Miskennen we het verlies, sluiten we ons af (gaan we op slot) en voelen niks meer. | “Ik voel eigenlijk niets meer.” “Ik ben gewoon moe, meer niet.” “Ik wil er niet meer over praten.” “Het heeft geen zin om erover na te denken.” |
Ervaren we zinloosheid en wrok | “Waarom ik?” “Het is oneerlijk, ik ben er klaar mee.” “Iedereen lijkt verder te gaan, behalve ik.” “Wat heeft het allemaal nog voor nut?” |
Isoleren we ons | “Laat mij maar, ik doe het wel alleen.” “Niemand begrijpt me toch.” “Ik wil niemand lastigvallen.” “Het is veiliger om afstand te houden.” |
Zo raakt de levenscirkel geblokkeerd (je neemt een "afkorting", de binnenbocht) niet door wat we verliezen, maar door wat je nog níét durft te voelen. Het vermijden van afscheid lijkt even veilig, maar het haalt je uit de stroom van het leven.
De pijn onder de binnenbocht
Ik heb afscheid nemen nooit echt geleerd. Natuurlijk, er waren de gebruikelijke rituelen — het afscheid van de basisschool, een feestje, een traan. Maar echt afscheid nemen van iets wat pijn deed? Dat was een ander verhaal. Ik kende vooral de binnenbocht.
Ik heb afscheid moeten nemen van het leven dat ik had gewild. Van dromen die niet uitkwamen, van verwachtingen die niet meer pasten. Van een eerder huwelijk, van een toekomst die anders liep dan ik had gedacht. Van het beeld dat ik had van mijn gezinsleven. Van het werk dat ik ooit tot mijn identiteit had gemaakt — en van de collega’s met wie ik jarenlang schouder aan schouder stond. Ik viel uit met PTSS en dat dwong me tot stilstand, en daarmee ook tot bewustwording van afscheid: van mijn functie, mijn uniform, het negeren/afsluiten van mijn gevoel en wat dit betekende voor mij. En misschien nog wel het moeilijkste: het afscheid van de versie van mezelf die dacht dat ze altijd sterk moest blijven.
Afscheid nemen bleek geen moment, maar een proces. Het gebeurt niet allemaal in één keer. Soms duurt het jaren voordat je echt kunt voelen wat er verloren ging. Je neemt stukje bij beetje afscheid, steeds op een dieper niveau, elke keer een laag verder.
Want dat is wat afscheid nemen eigenlijk vraagt:
Stilvallen/stilstaan.
Voelen.
Erkennen dat iets voorbij is, ook als je dat niet wilt.
En daarin trouw blijven aan wat waar is, niet aan wat je hoopt.
Pas dan ontstaat er ruimte. Ruimte voor betekenis, voor zachtheid, voor iets nieuws dat niet over het oude heen groeit, maar ernaast mag bestaan.
Afscheid nemen markeert een einde — gevolgd door rouw — waarna je langzaam weer betekenis kunt geven, of misschien zelfs je roeping vindt. En juist daardoor kan er uiteindelijk iets nieuws ontstaan dat je weer mag verwelkomen.
Dus laat me je dit vragen:
Waar in jouw levenscirkel ben jij blijven hangen?
Wat herken je van jezelf?
Waar heb jij geen afscheid van genomen, terwijl het eigenlijk tijd is?
Wat houd je vast uit angst voor de leegte, terwijl juist daar de ruimte ligt om opnieuw te beginnen?
En weet dit: Het is nooit te laat om afscheid te nemen. Niet van een persoon, niet van een droom, niet van een deel van jezelf. Je kunt altijd opnieuw kiezen om stil te staan, te voelen, te rouwen en weer te bewegen. Afscheid nemen kan op elk moment. Juist daardoor blijft het leven stromen.
De gebruikte afbeelding van de levenscirkel
komt uit de training Lichter leven na rouw
van BrightBlue Coaching en Training




Opmerkingen